Het symbool van een falend jeugdbeleid

Anthony Lurlings debuut in de eredivisie was indrukwekkend. Hij scoorde in het seizoen 1999/2000 voor Heerenveen 18 doelpunten, en dat als linksbuiten. Maar het trucje dat hij daarbij gebruikte, als rechtsbenige speler vanaf de linkerflank naar binnen trekken en dan uithalen, was twee jaar later min of meer uitgewerkt. Verdedigers hielden rekening met Lurlings speelwijze en zo bleef hij in het seizoen 2001/2002 steken op een schamele 6 doelpunten.

Het weerhield Feyenoord er niet van om hem voor een miljoenenbedrag aan te trekken als opvolger van de naar AC Milan vertrokken John Dahl Tomasson. De vraag was: waarom? Voor de posities waarop Lurling uit de voeten kon, had de club een overvloed aan jong talent onder contract staan. Met Ebi Smolarek, Robin van Persie, Leonardo en Thomas Buffel waren de posities van linksbuiten en schaduwspits dubbel bezet met jonge spelers. De 57 competitiewedstrijden die Lurling in twee seizoen voor Feyenoord speelde werden daarmee een symbool van de onwil van de club om de eigen jeugd een serieuze kans te geven.

De miljoenenaankoop bleek tot overmaat van ramp ook nog eens zwaar tekort te komen voor de top van de eredivisie. Na twee jaar aanmodderen werd Lurling uit zijn lijden verlost en aan NAC verhuurd.

Zie ook: Miskopen