Mislukte opvolger schittert in UEFA-Cup

Lex Schoenmaker is vooral de geschiedenis ingegaan als de eerste in een lange reeks mislukte opvolgers van Ove Kindvall. Feitelijk beslaat die reeks alle Feyenoordspitsen vanaf het vertrek van de legendarische Zweed tot aan de komst van Pierre van Hooijdonk, met uitzondering van Peter Houtman. Geen van allen bleek in staat consistent de twintig goals per jaar te halen, zoals Kindvall vijf seizoenen op rij had gedaan. Ook Schoenmaker niet, in zijn beste jaar scoorde Schoenmaker achttien competitiegoals.

Schoenmaker heeft een doelkans gemist
Lex Schoenmaker mist een doelkans uit tegen Heerenveen voor de beker

Dat was in het seizoen 1973-1974, toen Feyenoord met het landskampioenschap en winst van de UEFA-Cup zijn laatste succesvolle seizoen in de jaren Zeventig beleefde. Dat succesvolle jaar maakt dat het verblijf van Schoenmaker bij Feyenoord sportief niet alleen maar kommer en kwel was. Met name bij het vertellen van het verhaal van het winnen van de UEFA-Cup mag de naam van Schoenmaker gerust onderstreept worden. Maar liefst negen goals scoorde de Hagenaar in de tien wedstrijden op weg naar de finale. Een Kindvalliaans gemiddelde dat des te opmerkelijker was, aangezien Schoenmaker vier van die tien wedstrijden op de bank begon en tijdens ééntje in het geheel niet in actie kwam.

Feyenoord tegen Stuttgart 2-1 (halve finale UEFA), Schoenmaker (rechts) scoort
Lex Schoenmaker scoort de winnende treffer thuis tegen VfB Stuttgart

Nooit was zijn impact groter dan op 10 april 1974, toen Feyenoord het in de halve finale thuis opnam tegen VfB Stuttgart en met een 0-1 achterstand de kleedkamer inging. De finale leek ver weg. Bankzitter Schoenmaker werd aan het begin van de tweede helft ingebracht en bezorgde Feyenoord met doelpunten in de 61ste en 68ste minuut alsnog de winst. Tijdens de return in Stuttgart scoorde Schoenmaker een derde keer tegen de Duitsers in het 2-2 gelijkspel dat Feyenoord in de finale bracht.

Tegen Tottenham Hotspur kwam Schoenmaker niet verder dan een bal op de paal, maar hij had op weg naar de finale al meer dan genoeg gedaan om de stelling te rechtvaardigen dat zonder zijn aanwezigheid Feyenoord zijn eerste UEFA-Cup dat jaar nooit gewonnen zou hebben. Niet slecht voor een mislukte opvolger van Kindvall.