3 december 2016

Het sprookje dat niet uitkwam

Leonardo Vitor Santiago werd voor het eerst onder de aandacht van voetbalminnend Nederland gebracht, toen hij als 11-jarige in 1994 samen met zijn vriendje Anselmo door de Nederlandse documentaire-maker Jos de Putter ten tonele werd gevoerd in de film ‘Solo, de wet van de Favela’. Centraal stond de droom van het tweetal om via een carrière als profvoetballer aan de sloppenwijken van Rio de Janeiro te ontsnappen. Overduidelijk was dat Leonardo een balkunstenaar in de dop was.

Embed from Getty Images
Leonardo in actie tijdens de UEFA-Cup finale van 2002

15 september 2016

De slungelige topkeeper uit Gouda

De van stadsgenoot Sparta afkomstige Ed de Goey zag zich in 1990 geconfronteerd met de ondankbare taak om Joop Hiele te doen vergeten. De meeste fans hadden er weinig vertrouwen in. Dat bleek ten onrechte te zijn, want qua uiterlijk en persoonlijkheid mocht De Goey dan wel de absolute tegenpool van zijn voorganger zijn, qua talent deed hij niet of nauwelijks voor hem onder.

Embed from Getty Images
Ed de Goey in actie tegen CSKA Moskou voor de UEFA-Cup in 1996

19 juni 2016

Feyenoord en zijn Denen

Met Nicolai Jørgensen trekt Feyenoord deze zomer weer eens een Deen aan. Maar liefst twaalf van zijn landgenoten betraden eerder namens de Stadionclub het veld in een officiële wedstrijd. Feyenoord en zijn Denen, het lijkt een goed huwelijk. Ga maar na: zowel bij het winnen van de UEFA-Cup in 1974 als bij het winnen van die beker in 2002 stond er een Deen in de basis en ook in de teams die het laatste landskampioenschap, in 1999, en de laatste dubbel, in 1984, wonnen was er een Deen basisspeler.

Een aantal Denen heeft met hun sterke spel dan ook zonder meer een plek in de clubgeschiedenis veroverd. Zo was er Jørgen Kristensen, die in 1972 de ondankbare taak had om clublegende Coen Moulijn op te volgen, en dat heel wat beter deed dan de reeks mislukte opvolgers van die andere clublegende: Ove Kindvall. Dan was er Ivan Nielsen, de onverstoorbare centrumverdediger die begin jaren tachtig een ijzersterk verdedigingsduo vormde met Michel van de Korput. En er was natuurlijk Jon Dahl Tomasson, de schaduwspits die vier seizoen lang de ruimte achter eerst Julio Cruz en later Pierre van Hooijdonk bespeelde.

23 mei 2016

Tinus Osterholt en het manco van de jaren 50

Op 87-jarige leeftijd overleed enkele dagen geleden Tinus Osterholt. De linksbenige Schiedammer kwam in de zomer van 1955 met Henk Schouten en Aad Bak over van Holland Sport en behoorde daarmee tot de eerste lichting gekochte spelers. Osterholt zou drie seizoenen lang een vaste waarde zijn in het eerste elftal van Feyenoord. Het was een periode waarin de Stadionclub door vriend en vijand werd geroemd om het technisch verzorgde en aanvallende spel dat het speelde, maar het winnen van prijzen steeds maar niet lukte omdat het team de doelpunten net zo makkelijk weggaf als het ze scoorde.

Tinus Osterholt (staand tweede van rechts) treedt in 1956 met Feyenoord aan tegen Willem II
Bron: ANP PHOTO (2 sep 1956) – Fotograaf onbekend – CC-NC/ND 4.0

25 april 2016

Wie het kleine niet eert…

Na gisteravond FC Utrecht met 2-1 te hebben verslagen, werd Feyenoord vandaag op het bordes van het Rotterdamse stadhuis gehuldigd voor het winnen van de beker. Het heeft ergens natuurlijk wel iets gênants, om als club die ooit met een Europacup op de Coolsingel stond, daar nu met slechts een schamele KNVB-Beker te verschijnen. Dat tienduizenden fans, ondanks het slechte weer en het onpraktische tijdstip, present waren om het team toe te juichen maakt duidelijk dat Feyenoord al lang niet meer in een positie verkeert om de neus op te halen voor welke prijs dan ook.

Het was de vierde keer dat Feyenoord het bordes betrad met een KNVB-beker. De primeur vond plaats in 1991, toen een 1-0 overwinning op Den Bosch Feyenoord de eerste prijs in zeven jaar opleverde. Dat de ploeg op het stadhuis gehuldigd zou gaan worden kwam destijds als een verassing voor de spelers. Waar aanvoerder Dirk Kuyt dit jaar van te voren al had aangegeven bij winst van de beker absoluut naar de Coolsingel te willen, hadden de spelers destijds hun bedenkingen. Het was een moeizame overwinning geweest en men was bang dat er weinig animo zou zijn voor een huldiging voor een prijs die destijds nadrukkelijk als een ondergeschoven kindje gold. Verdediger John de Wolf: “Wat moeten we nou op de Coolsingel, zeiden we tegen elkaar. Maar toen we eenmaal op het bordes stonden, zagen we zo’n 40.000 mensen voor onze neus staan. Dan zie je ineens wat zo’n beker allemaal losmaakt.”