16 mei 2020

Een ware vriend van Feyenoord

Feyenoord was in het voorjaar van 1982 druk bezig om er weer eens weinig van te bakken. In de competitie zou men dat seizoen zesde eindigen en zowel in de KNVB beker als in de UEFA Cup was het doek al in de achtste finale gevallen, tegen bescheiden clubs als PEC en Radnicki Nis. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren, al was het maar om de sinds de jaren zestig dramatisch teruglopende bezoekersaantallen van een impuls te voorzien. Het probleem was dat er, juist vanwege dat gekelderde aantal fans, nauwelijks financiële mogelijkheden waren.

In de pers werd er in die jaren regelmatig geschermd met 'de vrienden van Feyenoord', een nooit nader benoemde groep zakenlieden die bereid zouden zijn om Feyenoord terug naar te top te helpen. Net zoals het geval was, en is, bij de 'havenbaronnen' die over de jaren heen door journalisten zijn opgevoerd als mogelijke redders in nood wanneer de club er sportief en financieel weer eens een potje van had gemaakt, kwam er nagenoeg nooit iets concreets van. Dat jaar was er echter zowaar één persoon bereid de daad bij het woord te voeren: Henk de Leeuw.

De Leeuw, vader van televisiepersoonlijkheid Paul de Leeuw, was eigenaar van het bedrijf Unico, dat onder andere in conserven handelde. Hij was bereid de club 750.000 gulden te lenen, op voorwaarde dat daarmee een echte versterking gehaald zou worden. Hans Kraay, die het volgende seizoen trainer zou zijn, hoefde niet lang na te denken. Ruud Gullit was het grootste talent dat er op de Nederlandse velden rondliep en de negentienjarige libero stond, ondanks het feit dat hij al was gedebuteerd in Oranje, onder contract bij het nietige Haarlem.

14 april 1982 - Ruud Gullit namens Oranje in actie tegen Griekenland
(Bron: Nationaal Archief, Fotocollectie Anefo; Fotograaf: Hans van Dijk)

Bestuurslid Aad van der Laan werd door voorzitter Gerrit Couwenberg naar Noord-Holland gestuurd om de transfer rond te krijgen. Van der Laan: “Henk Hut, de voorzitter, legde de prijs op tafel: 831.222,90 gulden. Dat rare bedrag was de uitkomst van een ingewikkelde som: leeftijd van de speler, oud salaris, nieuw salaris en dat maal zoveel. Er kon geen cent van af, zei Hut. Wilde Feyenoord het niet betalen dan zou Anderlecht nog diezelfde dag met Gullit aan de haal gaan. Ik heb Couwenberg gebeld en gezegd dat ik een probleem had. “We komen 80.000 gulden tekort.” De voorzitter zei: “Koop ‘m maar en dan zien we wel hoe we het oplossen.” De Leeuw vulde het bedrag aan, maar hij gaf ons onder uit de zak. Volgens hem hadden we Gullit best voor die zevenhalve ton kunnen krijgen.”

De Leeuw had gelijk. Het schermen met een kaper op de kust was pure onderhandelingstactiek. Het is mogelijk dat Anderlecht inderdaad interesse had. Een paar jaar eerder zou de Brusselse club zich al voor Gullit hebben gemeld, maar volgens verhalen in de pers zijn afgeknapt op de transfersom van 1 miljoen gulden die Haarlem voor het destijds nog maar 17-jarige talent verlangde. Het idee dat Gullit op het punt stond om aan Anderlecht te worden verkocht, was echter buiten de speler gerekend. Die had heel uitgesproken ideeën over waar hij zich het beste kon ontwikkelen, dat was bijvoorbeeld de reden dat hij niets voor een overgang naar Ajax voelde. Gullit had al lang besloten dat hij naar Feyenoord wilde. In het geheim was er zelfs al een ontmoeting met Kraay en Wim van Hanegem geweest op de boerderij van die laatste in Leerbroek. Daar hadden de trainer en de veteraan het jonge talent Gullit warm gemaakt voor een overgang.

Van der Laan en Couwenberg hadden dus best wat harder kunnen onderhandelen. Blijkbaar wilden ze elk risico vermijden. Niet zo heel gek, aangezien het sinds de komst van Van Hanegem in 1968 geleden was dat Feyenoord zo'n groot Nederlands talent wist aan te trekken. Dat Gullit in april 1982 voor drie jaar tekende bij de Stadionclub was een ware coup. Het leverde Feyenoord de dubbel van 1984 op en Gullit een transformatie naar de dynamische aanvaller die hij in de jaren tachtig zou zijn.

Bron: Citaat - Van Egmond e.a., 100 jaar Feyenoord, 342 en 346